Gisteren zat ik in een restaurantje waar gerookt werd. Het was niet druk, dus ik had er ook niet veel last van.
Dat er in veel kroegen weer gerookt wordt, dat weet ik, roken in restaurants had ik sinds de invoering van het rookverbod nog niet meegemaakt (eerder dat restaurants al voor het rookverbod hun zaak rookvrij maakten).
Door het gerook in het restaurantje moest ik denken aan het rookverbod.
Tegenstanders van het rookverbod beroepen zich op de vrijheid om te kunnen roken.
Zij vinden dat hun vrijheid wordt aangetast als ze niet mogen roken en vinden een verbod betuttelend.
Het begrip vrijheid zou in dit geval toch eens nader onderzocht moeten worden.
Iemand die verslaafd is, is absoluut niet vrij, integendeel.
Een verslaafde handelt vanuit de verslaving, niet vanuit de wil of vanuit vrijheid.
Het overgrote deel van de rokers is gewoon verslaafd.
Ik vraag me dan af hoe vrijheid genoemd kan worden samen met roken. Met andere woorden: roken heeft niets met vrijheid te maken, maar met afhankelijkheid.
De enige vrijheid die daarin bestaat is om te kiezen voor afhankelijkheid, zeg maar voor een rookgebod. Dat is een vreemde keuze in een tijd die de eigen keuze verheerlijkt.
Of je kiest ervoor om af te rekenen met die afhankelijkheid en zo weer eigen keuzes te maken.
Gearchiveerd onder: Roken en de maatschappij, Stoppen met roken | getagged: afhankelijkheid, rookverbod, verslaving, vrijheid | 4 Commentaar »